Voor het
functioneren van de Cheese Maker® zijn meestal een aantal externe
voorzieningen en interfaces nodig. Dit zijn:
- Een aansluiting op de
CIP+ leiding per Cheese Maker® middels een koppelbord.
- Een melktoevoer vanuit
een kaasmelkpasteur, welke de melk in één procesgang op de goede
stremtemperatuur brengt en in de juiste hoeveelheid aanlevert. De aanvraag
gebeurt d.m.v. een interfacesignaal. Deze aansluiting moet kunnen worden omgezet
naar de CIP+ leiding (na het koppelbord).
- Een weiafvoer naar de
externe weiopslag. De wei moet ten allen tijde afgevoerd kunnen worden.
- Een warmwateraansluiting
(45 - 50°C) voor het bijwarmen van de wrongelbereider. De aanvraag gebeurt
met een interfacesignaal. Na afloop van dit signaal moet het warme water weer
teruggenomen worden.
- Een koudwateraansluiting
voor het afkoelen van de wrongelbereider. De aanvraag gebeurt met een interfacesignaal.
Bij het wegvallen van dit signaal moet het koude water weer gedraind worden.
- Een retourwateraansluiting
voor de overloop van de verwarming/koeling op de wrongelbereider.
- Een wrongelwaswaterbereiding
welke de juiste hoeveelheid waswater met de juiste temperatuur aanlevert.
- Een persluchtaansluiting
(minimaal 6 Bar).
- Een aparte elektragroep
(3 fasen, 400VAC/50Hz, 4kW).
- Een bovenliggende takel
voor het transport van de korven met vaten en het in- en uitbrengen van het
snijraam in de wrongelbereider.
- Een set vaten en deksels
per Cheese Maker®.